Tweetalige opvoeding, ik schreef er al eerder over. Het thema roept vaak veel vragen op. Natuurlijk zijn er uitzonderlijke situatie, waarbij tweetalige opvoeding niet goed verloopt. Zelf ben ik tweetalig opgevoed. Nu voed ik op mijn beurt ook mijn kinderen tweetalig op. In deze blog veeg ik drie mythes over tweetalige opvoeding van de tafel. MessyMommy “Mythbuster” it is! Lees je mee?

Bij een tweetalige opvoeding beginnen kinderen pas later met praten
Het is echt grote onzin. Dat vind niet alleen ik gelukkig. Ik ben geen taaldeskundige en spreek puur uit eigen ervaring. Ik zal even met een paar feiten smijten om mijn stelling wat kracht bij te zetten. Dr. D Kimbrough Oller scheef in 1997 al een artikel in de “Journal of Child Language“. Het artikel was wetenschappelijk onderbouwd. Een testgroep van 73 kleine kinderen werd gevolgd. De kinderen leerden allemaal zowel Spaans als Engels. Ze begonnen op dezelfde leeftijd te kletsen als kinderen die maar één taal leerden. Ook op latere leeftijd was er geen verschil. In 2003 bleek uit onderzoek, uitgevoerd door Fred Genese, dat tweetalige kinderen ronde dezelfde tijd hun eerste woordjes leerden als kinderen die maar één taal leerden.

Niet alleen de wetenschap, ook ik kan dit beamen. Mijn broertje en ik groeiden ook tweetalig op met naast Nederlands Duits, een Oostenrijks dialect wel te verstaan. Je hebt al eerder kunnen lezen over wat ik van dialecten vind in “Tweetalige Opvoeding – Pleidooi voor het dialect”. Onze dochters zijn zelfs snel in hun taal ontwikkeling. De jeugdarts op het consultatiebureau zei: “Uw dochter heeft een grote woordenschat voor haar leeftijd en dat terwijl ze tweetalig is”. De vooroordelen over tweetalige opvoeding even opzei schuivend; een compliment van het consultatiebureau is ook wel eens leuk;). Ik vind het fantastisch om te zien dat onze dochters eigenlijk alleen maar voordelen ervaren van hun tweetalige opvoeding. Myth 1, BUSTED!

 

Kinderen raken in de war van een tweetalige opvoeding
Verwarring? Woorden en zinnen door elkaar gebruiken? Ik heb het niet meegemaakt. Niet zelf als kind en niet bij mijn eigen kinderen. Wees vooral heel consequent en probeer de talen waar mogelijk in een zelfde hoeveelheid aan te bieden. Het is naar mijn mening ook belangrijk dat een kind één ouder of één persoon met één specifieke taal associeert. Op die manier gaat het echt heel makkelijk en hoef je je absoluut geen zorgen te maken.

In een studie uit 2010 van mevrouw Comeau werd aangetoond, dat kinderen de talen prima kunnen scheiden. Situatie: de ouder gaf aan iets in de voor hem/haar vreemde taal niet te begrijpen. Gevolg: alle kinderen in de studie switchten moeiteloos naar de andere, voor de ouder juiste taal. Ik zie dit zelf ook en niet alleen bij ouders. Als iemand tegen onze kinderen in een andere taal dan Pools of Nederlands praat, gaan ze ook switchen. Ze proberen het eerst in het Nederlands en vervolgens in het Pools. Wat gek dat de ander ze niet begrijpt! Myth 2, BUSTED!

Bij kinderen met ontwikkelingsstoornissen en verstandelijke beperking is tweetalige opvoeding af te raden
Op dit punt ben ik zelf geen ervarings deskundige. Toch wil ik er wel iets over kwijt. Uit onderzoek, wederom van Frank Genesee, bleek in 1976 al dat leerlingen met een leerachterstand geen moeite hadden met tweetaligheid. Hun niveau lag wel lager dan dat van andere kinderen, maar dat gold dan voor beide talen. Ook kinderen die taalproblemen ervaren of kinderen met een verstandelijke beperking, kunnen een tweetalige opvoeding prima aan. Myth 3, BUSTED!

Aan alle papa’s en mama’s die een tweetalige opvoeding overwegen: Niet onzeker zijn, volg je gevoel. Houd vol en wees consequent. Ik weet zeker dat in 99% de gevallen ook jouw kinderen moeiteloos een tweede taal leren. Een prachtig cadeau, niet alleen voor de toekomst, maar ook omdat je ze een stukje van jezelf meegeeft. Jouw taal, jouw cultuur, jouw identiteit!

Nieuwsgierig hoe ik dat zelf ervaren heb en hoe ik het als mama bij mijn kinderen ervaar? Lees hier meer blogs over tweetaligheid!

Foto’s: Pixabay